Aanmelden voor onze nieuwsbrief

Promotie Naomi Heijmans

Afgelopen jaren zijn zowel de organisatorische als financiële condities voor CVRM in Nederland geoptimaliseerd. Ondanks deze verbeterinitiatieven ontvangen nog steeds niet alle patiënten de behandeling zoals die door de richtlijn voor cardiovasculair risicomanagement (CVRM) wordt aanbevolen, of bereiken zij hun streefwaarden niet. Het daarom  de vraag op welke manier CVRM verder geoptimaliseerd kan worden.  Om een nieuw perspectief te kunnen bieden, onderzochten wij de invloed van sociale netwerken van zorgverleners uit huisartspraktijken, en van patiënten .

Sociale netwerken beschrijven de contacten en de patronen van een groep mensen, en zijn daarmee belangrijke kanalen voor o.a. het uitwisselen van informatie en andere sociale beïnvloedings¬processen. We brachten sociale netwerken in kaart van alle zorgverleners uit huisartspraktijken en die van patiënten met hart- en vaatziekten (HVZ) of met een hoog risico daarop.  We onderzochten wat de effecten van specifieke netwerkkenmerken waren op uitkomsten voor CVRM;  professioneel handelen van praktijkondersteuners, gezondheidsgedragingen (roken, dieet en fysieke activiteit) en klinische risicofactoren (systolische bloeddruk, LDL cholesterol en BMI) van patiënten.

Netwerkkenmerken bleken gerelateerd aan gezondheidsgedrag. Zo vonden we bijvoorbeeld dat patiënten een grotere kans hadden om te roken  als hun sociale contacten dat ook deden. Wel waren resultaten voor verschillende gezondheidsgedragingen inconsistent. Ook verschilden de effecten van netwerken gerapporteerd door patiënten van de effecten zoals we die vonden voor de netwerken gerapporteerd door naasten.  Er werden geen effecten van netwerkkenmerken op klinische risicofactoren gevonden. Dit complexe beeld van resultaten geeft aanleiding tot diverse aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.

De resultaten voor zorgverleners waren eenduidiger. Praktijken waarin een opinieleider aanwezig was, hadden een grotere kans op adequaat professioneel handelen van de praktijkondersteuner dan praktijken zonder opinieleiders. Opinieleiders werden geïdentificeerd met open vragen in vragenlijsten. Per praktijk werd bekeken of één persoon door de meerderheid van zijn/haar collega’s als opinieleider gezien werd.  Ook werd een effect  gevonden van  eensgezindheid van klinische attitudes, anders gezegd de homogeniteit in klinische attitudes.  Praktijken waarin men eensgezind van mening was dat het behalen van streefwaarden onbelangrijk was, hadden een lagere kans op het behalen van streefwaarden voor bloeddruk.  Hoewel aanvullend onderzoek aanbevolen wordt, zouden deze factoren gebruikt kunnen worden in toekomstige initiatieven om CVRM te optimaliseren.

De titel van het proefschrift is ‘Social networks of patients and health care providers in cadiovascular risk management’. De plechtigheid start op 9 november 2017 om 12:30u in de Academiezaal Aula aan de Comeniuslaan 2 te Nijmegen. Promotor is Michel Wensing en copromotor is Jan van Lieshout.

< terug naar het overzicht